Groei

HET KIND ALS BOUWER VAN DE MENS

De absorberende geest

 

Van 0 tot 6 jaar (en zelfs voor de geboorte) bouwt het kind zijn eigen karakter. Bijzonder genoeg is dat de periode dat wij het minste bewust invloed hebben op de ontwikkeling van het kind. Het kind bouwt zichzelf op vanuit zijn omgeving. Alle omgevingsfactoren worden als bouwstenen ingebed in het karakter van het kind, door middel van de absorberende geest – het vermogen om de omgeving als vanzelf in zich te absorberen.

De innerlijke leraar

Om het kind zich optimaal te laten ontwikkelen in die periode, zijn er omgevingsomstandigheden nodig die natuurlijkerwijze bij de behoeften van de ziel aansluiten. Omdat wij niet meer in een natuurlijke omgeving leven, en wij vergeten zijn dat het kind een innerlijke wijsheid bevat – zijn eigen innerlijke leraar – die hem begeleidt in zijn ontwikkeling, zijn wij in die leeftijdsfase vaak eerder een obstakel dan een hulp op zijn pad van ontwikkeling.

 

Denken met je handen

Maria Montessori heeft het kind geobserveerd in een omgeving waarin hij vrij is, en heeft daardoor kunnen ontdekken op welke manier wij de ontwikkeling van het kind het beste kunnen ondersteunen. Kinderen denken met hun handen. Zij heeft lessen ontwikkeld die een kind in staat stellen zijn onbeperkte mogelijkheden te ontplooien door te doen. Als opvoeders is het onze taak om hierin de innerlijke leraar bij te staan, en niet om kinderen onze wil op te leggen. Als wij dat doen, belemmeren wij de ontwikkeling van het karakter, met alle gevolgen op latere leeftijd van dien.

Wij mogen weer leren vertrouwen hebben in de goddelijkheid van elke ziel.

 

Duidelijke grenzen

Wat wij wel zouden moeten doen als opvoeders, is duidelijke en consequente regels stellen, waarbinnen het kind naar hartelust en ongestoord (!) kan werken aan zichzelf. Dit geeft het kind de veiligheid en de orde die hij nodig heeft om vrij te kunnen zijn. Op deze leeftijd is het kind voornamelijk individueel bezig.

 

De redenerende geest

Na de leeftijd van 6 jaar, ligt het karakter vast. De absorende geest maakt plaats voor de redenerende geest. Vanaf hier hebben wij wel rechtstreeks toegang tot het kind. Het geweten ontwaakt, en ze leert het verschil tussen goed en kwaad. Dit is ook de tijd waarin sprookjes en fantasie geïntroduceerd kunnen worden – en niet eerder – omdat het kind nu pas onderscheid kan maken tussen echt en onecht.

Dol op leren

In deze periode is het kind dol op leren, mits haar wordt aangereikt waar ze om vraagt, en er geen kunstmatige limieten op worden gelegd, zoals in ons huidige onderwijs. Het kind is geïnteresseerd in de kosmos, in de oneindigheid, en leert vanaf dat niveau in te zoomen op steeds specifiekere onderwerpen. Ze is dol op experimenteren en kan geen genoeg krijgen van de vakken van haar keuze, en ze doet dit graag in groepsverband. Op deze leeftijd neemt het kind de meeste kennis tot zich.

 

Idealen in de praktijk

Van 12 tot 18 jaar ontwaken de idealen, zoals vaderlandsliefde (doen wij hier nog iets aan in Nederland?), het sociale aspect van godsdienst, helden (Koning Arthur, Lancelot, Koning David, Thomas More, Jeanne d’Arc, de heilige Clara, etc. … en niet de papieren popidolen van deze tijd) en ze brengen hun tijd het liefst door met het oefenen van beroepen, zelf een bedrijf leren runnen, leren omgaan met geld, etc. in gezamenlijke projecten. Dit is wat de middelbare scholen zouden moeten bieden op die leeftijd.

Van 18 tot 24 jaar is het kind bezig met zijn toekomst, hetzij door studie, hetzij door het opbouwen van ervaring in een baan, of het opzetten van een eigen bedrijf, het starten van een gezin.

 

De eerste zes jaar zijn cruciaal

Elke fase bouwt verder op de vorige. Karakterproblemen die zijn ontstaan in de eerste drie levensjaren, doordat het kind is geremd in zijn ontwikkeling, kunnen in de tweede drie levensjaren (3-6 jaar) nog worden rechtgezet, mits het zuivere Montessori-onderwijs wordt geboden. Na 6 jaar ligt het karakter vast, met alle gevolgen van dien. Problemen in latere leeftijdsfasen grijpen allemaal terug naar de eerst zes jaar.

Wat kunnen we hiermee?

Om de groei van de ziel te waarborgen moet er een ander onderwijssysteem komen, gebaseerd op de zuivere leer van Maria Montessori, die werkelijk moet worden begrepen, en niet vermengd met andere stromingen (zoals in Nederland het geval is). Als kinderen zich de eerste zes jaar op een dergelijke manier ontwikkelen, vragen zij uitdagend en grensverleggend onderwijs in de leeftijd van 6-12 jaar. Het onderwijs moet zich aanpassen aan genieën in de schoolbanken die onbeperkte mogelijkheden lijken te hebben. Met alle kennis die is opgedaan, wil het kind van 12-18 de praktijk in. Dit is waar de scholen – of wellicht samenlevingen – zich op moeten richten voor de puberleeftijd.

Zijn wij klaar?

Zijn wij hier klaar voor? Om de onbeperkte mogelijkheden van het kind te ontvangen? Of blijven wij doorgaan kinderen klein te houden naar het beeld dat wij hebben van de onvolmaaktheid en onvolkomheid van onszelf, geprojecteerd op de kinderen van deze tijd?

De kinderen zijn de toekomst en dragen in zich alle oplossingen voor de problemen van deze tijd. Dat is een wet van de evolutieleer. Als ze maar mogen ontwikkelen. Wie neemt de uitdaging aan?

 

Voor meer informatie over de leer van Maria Montessori zie: www.ageofmontessori.org